|
FCI-groep II, Molossers,
Pinschers, Schnauzers en Sennenhonden.
De Tosa-Inu behoort tot de groep van de
Molossers, de
zware Dogachtigen. Het is een in ons land vrij onbekend
ras, dat echter een kleine groep van liefhebbers kent.
Op tentoonstellingen in Nederland en het buitenland zult
u dit ras dan ook mondjesmaat aantreffen.
De Tosa-Inu, of
Tosa-Ken of Tosa-Token, zoals het ras ook wel wordt
genoemd, is de toernooihond (worstelcompetities) van
Japan, eind 19e, begin 20e eeuw doelbewust gecreeerd en
verder ontwikkeld op het eiland Shikoku, in de plaats
Kochi, gelegen in het Tosa-district in Japan, door de
zogenaamde "dogmen" van Japan, die hun honden
tegen elkaar uitbrachten in de vechtring.
De naam Tosa-Inu betekent dus eigenlijk “de hond van
Tosa”.
 |
| Oude ansichtkaart, daterend voor W.O.
II |
Overigens is uit oude documenten vast komen te staan
dat de Tosa eigenlijk geen inheems Japans ras is, maar
het resultaat is van kruisingen tussen “Tosa’s” (het ras
dat tegenwoordig Shikoku genoemd wordt, heette vroeger
Tosa) en de hieronder te noemen westerse rassen. Dit is
de reden dat de Tosa-Inu als ras niet tot “Nationaal
Monument” in Japan kan worden verkozen; een eer die oa.
de Akita wel te beurt is gevallen. Een van de
voorwaarden voor deze erkenning is nl. dat het ras (en
zijn oorspronkelijke leefomgeving) uniek is voor Japan,
en de Tosa wordt als zodanig niet door deze “monument”
commissie erkend. Rassen die wel tot Nationaal Monument
verheven zijn, zijn oa: de Japanse Chin en Akita en het
vechthoender met de lange staart, (tot soms wel 10 meter
lang!) de Onagadori, afkomstig uit Tosa.
Het ras is ontstaan door de inheemse Japanse honden
van het “wolfstype”, de zgn. Tosa’s (zoals hierboven
genoemd) en Nihon-Inu’s, die werden gebruikt om op wilde
zwijnen te jagen, te kruisen met oa. St. Bernards,
Mastiff’s, Duitse Doggen, Bloedhonden, Engelse Pointer,
Bulldog, Bullterrier en de Duitse Jachthond. In de jaren
’60 van de 20e eeuw zijn éénmalig drie Bordeauxdog-reuen
ingekruist, doch dit experiment gaf niet het gewenste
resultaat en is daarna meteen beeindigd.
De Tosa heeft een interessante geschiedenis, al is
die niet bijzonder lang. Het was halverwege de 19e
eeuw, toen handelsbetrekkingen tussen de Oosterse en
Westerse wereld werden verstevigd, dat Westerse honden
naar het Oosten werden getransporteerd en vice-versa.
Hondengevechten hebben een lange traditie in Japan,
zoals in veel delen van de wereld rond die tijd. Echter,
de traditionele Japanse vechthonden toentertijd waren
van het wolfstype, in tegenstelling tot de honden van
Westerse handelsreizigers die Japan aandeden: deze waren
van het molossoïde (dogachtige) type.
De Japanners zagen deze westerse honden en wat ze
zagen beviel ze zo goed, dat ze hun inheemse honden
hiermee begonnen te kruisen, om zo de door hen gewenste
“ultieme toernooihond” te kunnen creeeren. Hiervoor
zijn in de beginperiode gebruikt, “een onverschrokken
hond, afkomstig uit Nagasaki omstreeks de Kaei periode
(1848-1853). Daarna, ongeveer rond 1870, een Bulldog, in
eigendom van een Engelse leraar uit Kochi, evenals een
Mastiff, eigendom van een Duitse dokter. Andere
gebruikte rassen waren een Boston Bull, een Bull Terrier
en verschillende St. Bernards. Gedurende de Taisho
periode (1912-1925) werd een Duitse Dog uit Duitsland
geïmporteerd door Mr. Kyono uit zuidelijk Akita, en
Mastiffs, eigendom van Mr. Matsunaga uit Tokyo en Mr.
Oohara, afkomstig uit de Okayama Prefectuur.”
 |
Een oude
verschijningsvorm van de Tosa. Let op het
Pointer-achtige hoofd en de bijna geheel witte
kleur. |
In 1899 werd in Odate een organisatie opgericht, die
zich bezig hield met hondentoernooien. De naam van deze
organisatie was En’yukai, hetgeen letterlijk vertaald
betekent: “tuinfeest”. De produkten , die uit deze
kruisingen voortkwamen, werden geheel gedomineerd door
het westerse type, zowel uiterlijk als innerlijk. De
lijnen die uiteindelijk het belangrijkst werden voor de
ontwikkeling van de Tosa zijn de Mastiff-lijn (deze is
in de loop der jaren de belangrijkste gebleken) Bull
Terrierlijn, Duitse Doglijn en de Pointer lijn.
Alle prioriteiten voor het fokken lagen bij de
functionele eigenschappen van deze honden. Als een
bepaalde lijn superieur was in de arena, werden de beste
honden van deze bloedlijn met elkaar gekruist om zo de
gewenste eigenschappen verder te kunnen ontwikkelen en
verbeteren. Na verloop van tijd was tenslotte een
tamelijk uniform type hond ontstaan. Zelfs nu de
Tosa behoorlijk zuiver was in zijn verschijning, lag de
nadruk bij het fokprogramma nog steeds alleen op de
functionele gebruikswaarde. Men was niet bepaald
geïnteresseerd op het in stand houden van een bepaald
type hond, maar dit is (gelukkig) in de loop der jaren
wel gebeurd.
Foto’s van “Tosa Fighting Dogs” uit de Taisho periode
(1912-1925), laten honden zien die een ander voorkomen
hebben dan de honden van nu. Op deze foto’s zijn maar
weinig honden te zien met duidelijke Mastiff kenmerken,
in tegenstelling tot de hedendaagse Tosa. Sommige honden
laten zelfs nog duidelijk de invloed van de Pointer zien
en zijn zeker niet zo massaal gebouwd als nu
gebruikelijk is.
Bovenstaand stukje tekst laat zien uit hoeveel rassen
de Tosa is opgebouwd: dit verklaart dan ook dat heden
ten dage het type van de Tosa uiteen kan lopen van een
zeer zware Mastiff-achtige hond tot een lichtgebouwde
atleet.
In het land van oorsprong,
Japan, worden ook tegenwoordig nog toernooien met Tosa’s
georganiseerd, voornamelijk in het gebied in en om Kochi. De laatste jaren zijn de Japanners behoorlijk
beïnvloed door hun Amerikaanse “collega’s” en zijn
diverse American pitbull terriers in Japan ingevoerd.
Helaas worden deze honden gekruist met de Japanse Tosa’s
om zo nog meer temperament in de honden te krijgen,
waardoor de honden die in de arena verschijnen lang niet
altijd meer de zuivere Tosa’s zijn.
Deze “sport” wordt beoefend door zowel
welvarende als minder gefortuneerde
Japanners. Meestal worden meerdere honden gehouden,
getraind en geselecteerd op psychische en fysieke
kwaliteiten. Teven worden uitsluitend gebruikt in de
fokkerij, maar sommige kennelhouders testen de teven wel
op bepaalde eigenschappen.Alleen reuen worden voor de
toernooien gebruikt.
De toernooien verlopen volgens zeer strenge
reglementen en vinden plaats met veel ceremonieel
vertoon. De competitie lijkt op de strijd tussen de
traditionele Japanse vechters, de Sumo-worstelaars. Het
gaat erom dat de honden elkaar bij het nekvel pakken en
tegen de grond drukken. De hond die zijn tegenstander
gedurende enige tijd op de grond gedrukt weet te houden,
is de winnaar. De honden mogen gedurende het toernooi
niet naar elkaar blaffen of zich meer dan drie stappen
van de tegenstander verwijderen.
Deze competities zijn in en om Kochi immens populair,
kampioenshonden worden door de Japanners hoog
gewaardeerd en de “worstel”koning noemt men Yokozuna,
die tijdens de winnaarsceremonie omhangen wordt met een
groot wit koord (de Shime) en een “deken”, (Kesho)
geborduurd met o.a. gouddraad, waarin tevens verwerkt
familiewapens en andere decoraties. Voor meer
gedetailleerde beschrijvingen en informatie verwijzen
wij u naar de diverse websites die gewijd zijn aan de
vechtende Tosa's.
Langzamerhand is de tijd gekomen om te beseffen dat
een tweedeling in het ras onvermijdelijk lijkt. De
Japanners willen een hond fokken die kan
functioneren in de vechtring, en dit is dan tevens
het enige criterium. Aan de andere kant is de
Westerse wereld waarin een puur op vechtkwaliteiten
gefokte hond geen plaats kan hebben. Hier zoekt men
naar een hond die kan functioneren als
huishond en geschikt is voor diverse hondensporten, maar
wel degelijk zijn sterke karakter behoudt. Een en
ander wordt nog eens extra bemoeilijkt door het feit dat
de JKC, de Japanse Kennelclub, geen enkele bemoeienis
met het ras Tosa lijkt te willen hebben. De JKC is de
enige organisatie in Japan die FCI stambomen afgeeft. De
meeste Tosa's in Japan hebben stambomen die zijn
uitgegeven door eigen organisaties, de zgn. associaties,
maar niet erkend worden door de FCI. De toekomst zal
uitwijzen welke kant het ras uiteindelijk op zal
gaan.
Voor alle duidelijkheid vermelden wij hier nogmaals,
dat wij afstand nemen van datgene waar de Tosa ook heden
ten dage in Japan nog wordt gebruikt; voor ons is de
Tosa een geweldige Molosser, waarvan wij een betrouwbaar
karakter de hoogste prioriteit vinden!
De Tosa-Inu is de grootste van
alle Japanse rassen en tevens het enige Japanse ras dat
behoort tot de Dogachtigen rasgroep. De Tosa wordt ook
wel de Japanse Mastiff of Molosser genoemd. De algemene
indruk is die van een grote, maar toch atletisch
gebouwde hond met een imposante kop.
Het gemiddelde gewicht van een Tosa-reu ligt ongeveer
tussen de 50 tot 75 kg. Een Tosa-teef weegt gemiddeld
zo’n 40 tot 65 kg, maar uiteraard zijn dit gemiddelden
en kunnen de gewichten van individuele honden hiervan
afwijken. Er is echter een Japanse Grand Champion
Tosa-reu bekend met een gewicht van 100 kg. Dit moet
uiteraard beschouwd worden als een uitzondering. Voor de
schofthoogte zijn minimale maten in de standaard
aangegeven: teven vanaf 56 cm, en reuen vanaf 60 cm. Dit
zijn maten die doorgaans flink overschreden worden.
De toegestane kleuren zijn rood in alle schakeringen
(van diep hertenrood tot fawn), zwart en gestroomd, al
deze kleuren eventueel met witte aftekeningen.
Overigens hebben de meeste Tosa-Inu’s, zeker in Europa,
de geprefereerde rode kleur.
In Nederland (en Europa) wordt in het fokprogramma de
nadruk gelegd op een goed en sociaal karakter. Hiermee
staan de Nederlands gefokte Tosa’s zeer ver af van hun
“roots” in Japan, iets wat zeker in de tegenwoordige
tijd als zeer gewenst moet worden beschouwd.
De Tosa-Inu is een grote en zelfverzekerde hond, die
van nature niet bang moet of mag zijn van andere honden.
Dit houdt in, dat de Tosa het contact met andere honden
(vooral in de jeugdmaanden) niet onthouden moet worden,
maar dat men met de jonge hond confronteert met zoveel
mogelijk honden van verschillende rassen en afmetingen,
zodat hij zich op latere leeftijd niet meer “verbaasd”
over bv. hondjes, die hem in de kuiten happen. Uiteraard
geldt hetzelfde voor het socialiseren van de hond: laat
de pup aan allerlei dagelijkse situaties wennen, zoals
kinderen, vreemd bezoek, ritjes in de bus en auto,
kortom, alles wat een hond nodig heeft om een sociaal
dier te worden. Uiteraard zal een goede fokker hier al
de basis gelegd hebben voor een betrouwbaar karakter:
pups dienen bij voorkeur op te groeien in de huiskamer,
waar zij gewend raken aan de dagelijkse gang van zaken
zoals bv. de radio en TV, stofzuigen, bezoekers etc.
Wordt een nestje pups opgevoed in een schuur of kennel,
dan gaat aan hen een belangrijk deel van de
inprentingsfase (de fase waarin pups het meest open
staan voor nieuwe indrukken) voorbij, waardoor de nieuwe
eigenaar meestal met een achterstand in het socialiseren
van de pup begint, die vaak maar moeilijk in te halen
is, en soms zelfs nooit meer ingehaald wordt.
Een Tosa-Inu hecht zich bijzonder aan de eigen
familie en is dan ook graag bij hen in de buurt. Het
zijn dan ook geen honden om alleen maar in een kennel te
houden, want daar kwijnt een Tosa gegarandeerd weg.
Met onbekend bezoek gaat een Tosa in principe goed
om, al kan de hond aanvankelijk wat wantrouwig tegen
vreemde mensen zijn.
Het ras is tamelijk leergierig en attent, en is met
name zeer gevoelig voor de stem van zijn of haar baas.
De opvoeding van de hond dient consequent en
rechtvaardig te zijn, met uiteraard de nadruk op
beloning bij goed gedrag.
Vanaf een maand of 7 a 8 zal de jonge hond (in de
meeste gevallen) het huis en territorium inmiddels als
“eigen” zijn gaan beschouwen en dit dan ook gaan
“bewaken”. Een Tosa doet dit beheerst en rustig, maar
zeer beslist; het zijn geen zenuwachtige blaffers. Een
ieder die het “territorium” van een Tosa benaderd en
begroet wordt door het diepe stemgeluid van de hond, zal
dit uiteraard respecteren en wachten tot de deur door de
“baas” wordt opengedaan.
Een Tosa blaft zeer weinig; dit ligt in het feit, dat
één van de regels van het Japanse hondentoernooi is, dat
de honden hun competities in stilte moeten volbrengen.
Selectief fokken met honden die aan deze eisen voldeden,
heeft deze karaktereigenschap in het ras verankerd.
Natuurlijk blaft een Tosa weleens, maar dit gebeurt
meestal in ongewone situaties of bij zeer grote
opwinding.
Bij aanschaf van een Tosa-Inu dient rekening te
worden gehouden met het feit, dat een reu meestal
dominanter is aangelegd dan een teef.
Uiteraard is het aan te raden met de hond een
puppycursus (en evt. vervolgcursussen) te volgen, al is
het alleen maar om het contact met andere jonge honden
te bevorderen. De cursus dient bij voorkeur gevolgd te
worden bij een vereniging, waar men ervaring heeft met
de zgn. Molosserrassen.
Zoals bij zoveel grote rassen kan ook bij de Tosa-Inu
heupdysplasie voorkomen. De rasvereniging stelt dat
ouderdieren voor het fokken worden onderzocht op HD
(heupdysplasie) en een exterieur/gedragskeuring dienen
te ondergaan, om op die manier te proberen de gezondheid
en het welzijn van het ras te bevorderen. Gezien de
smalle fokbasis van de Tosa is nog een lange weg te
gaan, maar de laatste jaren zijn enkele honden
geïmporteerd, met als doel het binnenhalen van nieuw
bloed, dat het ras nodig heeft.
De fokresultaten van de laatste jaren laten een
steeds wat hogere kwaliteit zien, dus de toekomst kan
hoopvol tegemoet gezien worden.
Samenvattend: de Tosa is zeker geen hond voor
iedereen, maar de baas die hem op waarde weet te
schatten, en in zijn waarde laat, heeft aan de Tosa-Inu
een fantastische hond.
Hoogte teef: vanaf 56 cm.
Hoogte reu: vanaf 60 cm. Gewicht teef: vanaf 30
kg. Gewicht reu: vanaf 37,5 kg.
De standaard spreekt van minimum maten en gewichten;
doorgaans worden deze flink overschreden.
De Tosa-Inu is een grote hond met
een krachtig en atletisch lichaam. De hond heeft
hangende oren, een korte vacht en een vierkante snuit.
De hals heeft veel los vel, de zgn. “wammen”.
Een Tosa
heeft zeer veel doorzettingsvermogen en is dapper en
hard voor zichzelf. De hond is goedmoedig bij eigen
mensen en ietwat afstandelijk naar vreemden. Een
Tosa-Inu heeft een tamelijk waaks karakter.
De Tosa heeft een bijzonder brede
bovenkop. Het voorhoofd vormt met de rechte rug van de
snuit een tamelijk scherpe hoek, de hond heeft een
duidelijk aanwezige stop. De snuit is middelmatig lang,
nooit kort en gedrongen, maar mag beslist niet lang en
spits zijn. De ideale verhouding
tussen schedel en voorsnuit bedraagt 60 tot 40. De neus is altijd zwart. De hond heeft
sterke kaken, met een schaar- of tanggebit. De oren
reiken tot aan de zeer brede wangen. De ogen zijn
tamelijk klein en bij voorkeur donkerbruin, doch
hazelnoot- of amberkleurige ogen worden ook toegestaan.
De algehele uitstraling van de kop is zelfbewust en
enigszins arrogant.
De rug
is recht en stevig, waarbij de nadruk op de brede
schouders ligt. Soms kan een hond iets “overbouwd” zijn.
De zijde is achter de ribbenkast ingevallen. Dit is een
typisch raskenmerk van de Tosa. De staart is breed en
sterk en wordt hangend gedragen. Bij opwinding kan deze
hoog en enigszins gekruld gedragen worden.
De borstkas is breed en diep. De ribbenkast is zeer
rond gevormd, met meestal een oplopende buiklijn. De
uiterlijke geslachtorganen dienen kompleet te zijn.
De poten zijn recht en zeer sterk. Soms staan de
voorvoeten iets scheef. De voet heeft harde, korte
nagels, bij voorkeur zwart. Compacte, krachtige,
“katvoeten” zijn gewenst.
Het beenwerk moet voldoende stevig zijn t.o.v. het
lichaam van de hond.
De hoeking in de achterhand is meestal tamelijk
steil.
De vacht
bestaat uit kort haar. De toegestane kleur is
(rood)bruin in alle schakeringen, van zeer donker
(kastanjerood) tot fawn (zandkleur), zwart en gestroomd,
met zo min mogelijk witte aftekeningen. Black and tan is een
minder gewenste kleur.
Het
gangwerk is krachtig en ruim, met soms een “rollende”
rug.
Bij jonge honden kan het gangwerk nog wat slungelig
zijn; ook de zgn. telgang kan dan voorkomen, hetgeen als
foutief beschouwd moet worden.
Overig
Fouten:
koehakkige stand van de achterpoten, waardoor
een zeer nauw gangwerk ontstaat.
eden tot diskwalificatie: extreme
overbijter of ondervoorbijter.
Zwaarwegende fout: fragiel botwerk, spitse snuit,
lichte overbijter of ondervoorbijter.
Reuen dienen normaal ingedaalde testikels in het
scrotum te hebben.
Overwegingen
Uiteraard is het streven het fokken van een
uniform type hond: een Tosa dient geen kopie van de
Mastiff te zijn, maar ook weer niet naar het verfijnde
type van bv. een Ridgeback te neigen. Het ideaalbeeld
van het ras ligt hier tussenin: een flinke, atletisch
gebouwde, soms iets gestrekte dog met een zwaar en
massief hoofd met voldoende keelhuid, waarbij boven de
ogen enkele rimpels ontspringen, waarbij de grootste
rimpel een plooi langs de wang naar beneden vormt.
Belangrijk is ook de
harmonie in het totaalbeeld van de Tosa. De hond dient
passend ontwikkeld ten opzichte van het totaalbeeld te
zijn, dus geen smal bone (dunne poten) op een zwaar
lichaam of een smalle kop op een verder goed ontwikkeld
lichaam.
Vooral honden in de jeugdleeftijd hebben qua
ontwikkeling vaak nog een lange weg af te leggen en hier
dient bij de beoordeling rekening mee te worden
gehouden.
Een volwassen Tosa is idealiter vierkant gebouwd,
neigend naar iets gestrekt en heeft een goed
ontwikkelde, diepe voorborst met brede ribbenkast en
staat noch hoog, noch laag op de poten.
De achterhand is middelmatig gehoekt, zeer belangrijk
zijn stevige, ronde katvoeten.
Spreidtenen (platvoeten) en ten gevolge van deze zwakke
voetstand vaak zwakke, doorgezakte polsen zijn funest.
Het motto: "Hoe
groter hoe beter" gaat zeker niet altijd op en
vinden wij persoonlijk een verkeerde benadering; een wat
kleinere, maar harmonieus gebouwde en makkelijk
bewegende Tosa zou de voorkeur moeten verdienen boven
een grotere, zwaardere (en dus voor het oog wat
imposantere) maar proportioneel niet in de juiste
verhouding zijnde hond. Vaak hebben de (hele) zware
honden ook meer moeite met een makkelijk gangwerk, iets
dat zeker mee zou moeten tellen.
|